Vrijwilligerstraining noodopvang vluchtelingen Crailo

Annie Schalkwijk– door Annie Schalkwijk –

Sinds november 2015 zijn in voormalig AZC Crailo (in Hilversum) 100 vluchtelingen in noodopvang gehuisvest. Ik ben er als vrijwilliger actief.

De eerste berichten waren dat er 1600 vluchtelingen zouden komen in het Gooi, verspreid over diverse locaties. Veel heen en weer praten, locaties afwijzen, touwtrekken met de provincie. Tenslotte nemen de 9 regiogemeenten, onder leiding van Hilversum, de beslissing om 100 mensen te gaan huisvesten. Ik ben hier blij mee. Waar veel gemeenten geen vluchtelingen toelaten omdat het COA om financiële redenen alleen grootschalige locaties wil, nemen de gemeenten in het Gooi zelf hun verantwoordelijkheid. Overigens gaan er nog steeds stemmen rond dat er ‘binnenkort’ tenminste 1000 bijkomen. 

In overleg met het COA krijgt Het Leger des Heils er de leiding, met een contract tot 1 mei 2016. Voordat deze mensen Crailo betrokken waren ze al tijdelijk op diverse plekken geweest. Het is één grote chaos maar Crailo is daar vast niet uniek in. Bewoners, medewerkers en vrijwilligers moeten weer opnieuw het wiel uitvinden. Niemand weet het, we zien en erkennen wat er is en vandaaruit handelen we zo goed en zo kwaad als het gaat.

Er komt een vrijwilligerstraining op 19 december 2015: “Herstelgericht werken”. De trainer van de RINO groep, Eric Albers, gebruikt het Strenghts Model, waarbij ik overeenkomsten zie met de manier van werken binnen de zen peacemakers:

“Centraal in deze benadering staan de eigen mogelijkheden van cliënten, evenals de hulpbronnen die de omgeving biedt om mensen als burger in de samenleving te laten participeren. Het Strengths Model ontleent zijn inspiratie vooral aan de empowermenttheorieën waarin de eigen krachten van cliënten en de mobilisatie van deze krachten centraal staan.”

Een ander uitgangspunt dat genoemd wordt is de presentietheorie van Andries Baart:

“De presentie houdt kritisch afstand tot het interventionisme maar zoekt de trouwe nabijheid en de relatie met de ander die op hulp en steun is aangewezen als plek om te bepalen wat er gedaan zal worden. Dat vergt een radicale andere manier van waarnemen, afstemmen, keuzen maken en dus van handelen. Die andere manier staat minder in het teken van stoer doen, scoren en oplossen dan van samen werken aan een bevredigende relatie tot je leven – of dat leven nu lukt, vastzit of afloopt. Als we niets meer kunnen doen voor de ander, kunnen we altijd nog bij hem of haar blijven. Die presentietheorie heeft diepe wortels in prachtige praktijken, in sociale wetenschappen maar ook in de wijsbegeerte, theologie en de humanistiek.”

Hierin herken ik de Zen Peacemaker ‘tenets’:

  1. Niet weten
  2. Erkennen wat is
  3. Actie voortkomend uit 1 en 2. Soms is dat er alleen maar in aandacht zijn.

In gewone mensentaal zegt onze docent : “Ontwikkel een grondhouding van ‘Kom maar!’ Vraag je af: ‘Wat bezielt deze mens?’ Herstel zit in ‘doen’: het doen van gewone dingen.”
We hebben het hier overigens nog steeds niet over therapie, want dat vraagt een andere aanpak, maar over vrijwilligerswerk in crisissituaties.

Realiseer je ook vooral:

  1. Mensen kunnen herstellen
  2. Richt je focus op iemands krachten, kwaliteiten en mogelijkheden
  3. De cliënt is de regisseur van deze hulpverlening
  4. De relatie is primair
  5. De gemeenschap is een oase van hulpbronnen
  6. Je hebt pas een plek als je iets kunt doen/betekenen in de samenleving

We krijgen de opdracht om in 2-tallen ervaring uit te wisselen aan de hand van drie vragen:

  1. Wat heb je gisterenavond gegeten?
  2. Wat is er fijn aan/de waarde van?
  3. Waar heb je geleerd dat dit kostbaar is?

In zo’n heel gewoon gesprekje over alledaagse dingen blijkt voor ons ook hoe belangrijk dat is. Daarbij komen o.a. de volgende begrippen naar voren:

  • Wederzijdsheid
  • Oprecht
  • Vertrouwenwekkend
  • Zinvol
  • Bekrachtigend

Er is dus een ‘waarde’ en je vlucht om die te beschermen. Deze eenvoudige gesprekjes zijn bemoedigend, geven hoop, ze ondersteunen, bekrachtigen en bevestigen de gesprekspartner.

Hoopgevend gedrag (van de vrijwilliger) heeft een aantal kenmerken zoals:

  • Niet spreken in termen van ‘ze’
  • Mensen met respect behandelen
  • Op het positieve focussen
  • Prestaties en successen vieren
  • Er zijn en blijven voor de persoon

Ga uit van een krachtenmix. De mensen met wie we werken hebben veel in huis. Een manier van kijken is: ik heb – ik weet – ik kan – ik wil – ik ben.

Als het moeilijk wordt, is er de neiging om probleemgericht te gaan werken. Er ontstaat dan een kokervisie. Als je dat merkt, neem dan even afstand en ga de probleemgerichte benadering omzetten in een benadering die krachtgericht is. Maak degene met wie je werkt zelf eigenaar van de activiteit, maar bied wel sociale en materiële steun.

Als iemand onrecht ervaart, ontstaat boosheid, wat kan leiden tot onrechtvaardig gedrag en handelen. Hier ligt een grote uitdaging: het erkennen van het onrecht dat iemand heeft ervaren, en tegelijkertijd moet het destructief gedrag wel stoppen.

We zijn met een grote groep, ongeveer 40. Hierdoor kunnen we niet echt oefenen. Over een paar maanden komt er een vervolg. We gaan dan aan de gang met waar we in de praktijk tegenaan gelopen zijn.