Column van Eelco Musho van der Meulen
Jizo – Cadzandië in Cadzand
In Nederland stappen jaarlijks een aantal mensen (volgens Coöperatie Laatste Wil vorig jaar zesduizend) naar een hospice toe (op een moment dat er een kamer beschikbaar is) en stoppen om wat voor reden dan ook bij volle bewustzijn met eten en drinken. Bij de meeste hospices zijn deze mensen welkom. Zij hebben dan nog ruim een week om dierbaren te ontvangen, vragen te beantwoorden, afscheid te nemen. Op het moment dat er pijn is kan de huisarts iets verzachtends aanbieden en in het eindstadium houden medewerkers (vaak vrijwilligers) de mond en de lippen een beetje vochtig. Dat is prettig. Gemiddeld na een dag of tien overlijdt zo iemand en de huisarts stelt dan een natuurlijke dood vast.
Geen ethische dilemma’s, geen zware ingrepen, geen zware medicatie, geen afhankelijkheid en geen doodsstrijd. En ook geen confronterende of belastende scenes zoals die bij andere vormen van zelfdoding wel voorkomen. Een enkele keer bedenkt iemand zich en dan is er niemand die hem of haar daar op aankijkt.
Er is een waardig sterven in een liefdevolle, zachtmoedige omgeving. De dood is er geen taboe, er mag ook gelachen worden. Er is gelegenheid voor rituelen, voor koorzang aan bed, etc.
Ik ben geen ervaringsdeskundige (ook niet als vrijwilliger) en misschien stel ik het me wat te rooskleurig voor. En ik begrijp dat het geen gemakkelijke weg is maar kennelijk kunnen mensen voor zichzelf besluiten dat het zo goed is. Dát kan ik wel begrijpen. Het leven kan zoveel van je gevraagd hebben dat je ‘op’ bent en dat je toe bent aan de eeuwige rust. Dat kan iemand alleen voor zichzelf bepalen. En elke ander kan dat uiteindelijk alleen maar respecteren, hoe moeilijk hij of zij het ook vindt om los te laten. Daar is soms natuurlijk wel innerlijk werk voor nodig.
Het is fijn dat deze vorm van zelfbeschikking bestaat en dat er mensen zijn die daar hun liefdevolle steun aan geven.
