In de schuilkelder hangt een muffe zeeplucht

museum houdt bevrijdingsgeschiedenis levend
door Alexandra Branderhorst

Ik maakte er een audioreportage over voor het audiotijdschrift ‘Cultuurmagazine’ voor blinden en slechtzienden, uitgegeven door Dedicon. Die reportage vormde de basis van dit stuk over wat er in het museum te horen, voelen en ruiken valt.”

Alexandra Branderhorst is journalist en redacteur op het gebied van hoger onderwijs en onderzoek in de levenswetenschappen. Omdat de retraite over compassie met Joan Halifax in 2016 in Cadzand voor haar zowel een eye opener was als een warm bad helpt zij sinds kort mee om ‘Cadzand 2018’ te organiseren.

Het is kil in de lage schuilkelder en er hangt een muffe zeeplucht. Het grootste deel van de ruimte wordt in beslag genomen door een gammel eenpersoonsbed. Ernaast staan een po en een oude stoel. Plotseling klinkt een gillende sirene, het luchtalarm.

In het Nationaal Bevrijdingsmuseum 1944-1945 in Groesbeek kan de bezoeker een aantal situaties uit de Tweede Wereldoorlog aan den lijve ervaren.
Deze belevingsmomenten worden niet alleen met beeld, maar ook met geluid en soms zelfs geur neergezet en maken sinds de grootschalige herinrichting van het museum in 2000 deel uit van de vaste expositie. Vroeger richtte het Bevrijdingsmuseum zich op de lokale bevrijdingsgeschiedenis van Groesbeek en omgeving, dat in ’44 werd bevrijd. Door de tentoonstelling naar een nationaal niveau te tillen, werd ook het jaar ’45 toegevoegd. Daar was een extra hal voor nodig.

parachute
Op totaal 2500 m2 wordt de bezoeker meegenomen naar de, overzichtelijk in vijf perioden ingedeelde, Tweede Wereldoorlog in Nederland: de opkomst van het nationaalsocialisme, de bezetting in Nederland, de strijd van de geallieerden en de bevrijding. Er zijn foto’s, documenten, voorwerpen en landkaarten met in knipperende lichtjes de opmars van de geallieerden. De geschiedenis wordt tevens met geluid ondersteund. Rinkelende scherven bij de Kristalnacht, Radio Oranje vanuit de ‘onderduikerskast’ en de overscherende bommenwerpers en hun ontploffende lading boven Rotterdam bepalen veel van de sfeer in het museum. Ook zijn er uitstapjes ingeruimd. Een hoek achteraf moet, met onder andere kruidnagelgeur en getjilp van tropische vogels een indruk van Nederlands-Indië tijdens de Japanse bezetting geven.

“De herinrichting was een enorm project”, aldus Marijke van de Esschert, die als coördinator aan de basis van de herinrichting stond. Van de Esschert verklaart: “We zitten inmiddels in de 21e eeuw en hadden een hedendaagse presentatie nodig om te kunnen concurreren met de Intratuin in het weekend.” Veel kinderen en jongeren doen het museum met school aan. De Tweede Wereldoorlog is steeds langer geleden, en steeds minder kinderen horen er nog over van opa’s en oma’s. Juist daarom is het belangrijk de geschiedenis invoelbaar, en ook een beetje spannend weer te geven. Zo kunnen bezoekers bijvoorbeeld de 40 kilo zware rugzak van een parachutist optillen en de dunne, zachte stof van een parachute aanraken.

vrede
In de Bevrijdingsstraat in het museum staat een etalagepop in een trouwjurk van parachutestof, geflankeerd door een stoere mannelijke soortgenoot in uniform. Als je dit plastic bruidspaar passeert, schalt het lied Trees heeft een Canadees uit een luidspreker. Deze oude kraker gaat over de talloze meisjes die voor onze bevrijders bezweken. “Ik had lange tijd ondergedoken gezeten”, vertelt Johan Berkhof. “Toen we bevrijd waren, werden er overal grote feesten gehouden. En ik had natuurlijk veel zin om te dansen. Maar alle meisjes wilden alleen maar met geallieerde soldaten dansen. Nederlandse jongens kregen gewoon geen kans.” Johan Berkhof is een van de ongeveer honderd vrijwilligers die het Bevrijdingsmuseum draaiende houden. De meesten van hen hebben de oorlog als kind of als jong volwassene meegemaakt. Sommige vrijwilligers geven ook rondleidingen, zoals Johan Berkhof, en voegen een persoonlijke noot toe aan de expositie. Berkhof: “Het is belangrijk dat het blijft leven bij generaties die de oorlog niet meer hebben meegemaakt.”
De oudere bezoekers weten het museum ook nog altijd te vinden. Voor hen is er vooral veel herkenning, tot in de kleinste details. Zoals een vaasje, gemaakt van een granaathuls. Bovendien is er de erekoepel, waar de Roll of Honour ligt. De Roll of Honour vermeldt de namen en gegevens van degenen die sinds D-day in de tweede Wereldoorlog zijn omgekomen. “Er worden nog steeds locaties bekend waar mensen zijn omgekomen. Dat soort informatie is van groot belang voor de nabestaanden” licht Marijke Van de Esschert toe. De erekoepel staat vooral in het teken van herdenking en bezinning. Er staat een herdenkingsboom waaraan kinderen hun boodschap kunnen hangen. “Ik hoop dat het nooit meer oorlog wordt” schrijft Mike van 11. En Annemieke van 9 wenst op haar kaartje: “Vrede voor alle mensen”. Eronder staat een groot rood hart getekend.