Inka op een stenen bankje van een eeuwenoud mannenklooster

Irène Kaigetsu Bakker Roshi over het ontvangen van Inka, interview door Diana Vernooij

Tijdens een pelgrimage door Japan ontving Irène Kaigetsu Bakker op 20 april 2024 van Roshi Joan Halifax Inka, wat ook wel genoemd wordt: ‘the final seal of approval’. Daarmee werd zij de eerste opvolger van Joan Halifax die tot Roshi ofwel zenmeester werd benoemd. Het ritueel vond plaats in Eiheiji, het tempelcomplex van Dogen Zenji uit de 13e eeuw, waar Irène was voor een pelgrimage met Roshi Joan, Kazuaki Tanahashi en anderen.

“Twee leerlingen van mijn sangha stuurden vorig jaar Roshi Joan Halifax, zonder dat ik dat wist, een lange email. Ze vroegen haar om mij Inka te geven, als Roshi Joan in Amsterdam zou zijn voor de première van de film Into the heart of the mountain, over haar werk in Nepal met haar Nomads Clinic. Het was zo’n echt Nederlands goed bedoelde actie, maar Roshi Joan was not amused en dat liet ze mij ook weten.

Om transmissie vragen is absoluut Not Done. Het is geen democratisch gebeuren, je kunt nooit om transmissie of om Inka vragen. Het is aan de leraar om helder te zien aan wie zij deze verantwoordelijkheid kan doorgeven. De zenweg volgen is geen opleiding met een diploma aan het eind, maar het is een rijpingsproces, een scholingsweg waarbij je eigen innerlijke werk belangrijk is. Natuurlijk moet je goed leren mediteren en discipline ontwikkelen, maar dat is niet de kern. De leraar ziet de kwaliteiten van de persoon om verantwoordelijkheid te dragen en de dharma door te geven. Is deze leerling gepokt en gemazeld in de dharma en is de leerling integer in de omgang met mensen, kan hij of zij hen goed begeleiden op hun zenpad? Transmissie gaat van hart tot hart, eyeball to eyeball, niet van koppie tot koppie. Dat is de kern van het mysterie van de dharmatransmissie, wat ik in maart 2012 van Roshi Joan ontving, waarmee ik formeel zenleraar (Sensei) werd in de overdrachtslijn van de White Plum Asangha. “

Transmissie

“In 2001 was ik weg gegaan uit Kanzeon Zen Center in Salt Lake City, waar ik 7 jaar zen had beoefend bij Genpo Merzel Roshi. Ik ging terug naar Nederland als dharmaholder (een eerste autorisatie om zenles te geven), maar zonder dharmatransmissie. Ik vond dat jammer, maar ik nam mij voor om de dharma en wat ik intussen geleerd had sowieso door te gaan geven. Begin 2004 werd Zen Spirit officieel ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Afgelopen mei vierden we feestelijk ons 20 jarig bestaan.

Het was tijdens de 2e Bearing Witness retraite in Auschwitz, in 1996 of 1997, dat ik Roshi Joan had leren kennen, naast nog een aantal andere dharmaleraren. Omdat ik als vrijwilliger werkte voor Utah Aids Foundation en belangstelling had voor stervensbegeleiding nodigde Roshi Joan mij uit voor haar 8-daagse training voor professionals Being with dying, in Upaya Zen Center in Santa Fe (V.St.). Eerst als deelnemer, daarna als stagiaire en later werd ik ook co-trainer. Ze moedigde mij aan om uit het veilige hoekje van onzekerheid en uit mijn comfort zone te stappen. Ook hielp ik haar met de zentraining van de mensen die daar voor kortere of langere tijd in het zencentrum verbleven. In Upaya ondervond ik de empowerment die ik tot dan toe gemist had. Toch wees ik wees haar aanbod af om dharmatransmissie te krijgen en vice-abbot in Upaya te worden, ik bleef loyaal aan Genpo als mijn leraar. Totdat ik begin 2011 – door alle verwikkelingen rond Genpo Roshi – besloot met Roshi Joan verder te gaan.

In maart 2012 kreeg ik van Roshi Joan Halifax volledige dharmatransmissie en werd ik daarmee Sensei en zenpriester en kreeg ook nog supervisie. Bij Inka word je benoemd tot Roshi, zenmeester, en dat is als het doorknippen van de navelstreng. Je bent vanaf dan volkomen zelfstandig. Natuurlijk blijft zij mijn leraar, maar ik ben nu onafhankelijk en vrij om alles volledig op mijn manier vorm te geven. Zowel een grote eer als een grote verantwoordelijkheid!”

“De Inka kwam voor mij niet helemaal als een verrassing. Zelf heb ik in 2022 dharmatransmissie gegeven aan Annetje Jikai Brunner en ik wilde ik mijn voornemen uitspreken om in 2025 ook aan mijn leerling Greta Etsudo Antuma dharmatransmissie te geven. Greta was mee met de pelgrimage in Japan en ik wilde haar daar, in de tempel van Dogen in aanwezigheid van Roshi Joan de ‘seal of forbearance’ geven. Dat is een document waarmee ik mijn intentie kenbaar maak om aan haar transmissie te geven. Toen ik in Eiheiji aan Roshi Joan vroeg om daar bij te zijn, zei ze dat ze mij dan van tevoren nog apart wilde zien. Samen zittend op een stenen bankje voor het beeld van de jonge Dogen gaf ze mij Inka. Ze sprak daarbij lovende woorden, benadrukte het belang van zichtbaarheid van vrouwen in posities van verantwoordelijkheid en uitte haar vertrouwen in mij. Ik kreeg daarbij ook een prachtige brokaten rakusu.”

het bankje in Eiheji

Verantwoordelijkheid

“Ik ervaar deze bekrachtiging opnieuw als empowerment, als erkenning hoe ik probeer zen te delen. Dharmatransmissie krijgen is de verantwoordelijkheid op je nemen om de dharma in stand te houden en over te dragen aan de volgende generatie. Dogen Zenji zei al: “Do not permit the dharma to be discontinued, for this I earnestly pray”. Ik ervaar dit als een nog grotere verantwoordelijkheid: hoe kan ik mensen inspireren om de compassie en wijsheid van de Boeddha te gaan leven? Je bent er nooit echt klaar voor, en als je het idee hebt dat je er helemaal klaar voor bent, dan klopt het volgens mij iets niet.

Toen ik uit Japan terug kwam en in de Arnhemse Zen Spirit sangha vertelde over Inka had ik mijn okerkleurige rakusu om, die ik had gekregen toen ik Sensei werd. De brokaten rakusu die Roshi Joan mij in Japan had gegeven deed ik over mijn okerkleurige rakusu heen. En ik zei, terwijl ik ze optilde: “Kijk, deze heb ik gekregen als Roshi, hieronder zit de rakusu van een Sensei, maar daar onder zit gewoon Irène en dat blijft zo, hoor.“  Want er verandert niks en toch ook weer wel, heel apart. In Japan voelde ik dat het klopte dat deze stap nu werd gezet, dat ik nu een onafhankelijk zenmeester ben. Maar daar, met al die grootheden om ons heen, die allen enorme trainingen hebben ondergaan, hun hele leven hebben gewijd aan de boeddhadharma, voelde ik me een ook een totale beginner.

In de White Plum Asangha gaf Maezumi Roshi aan twaalf opvolgers Shiho, en die hebben ook weer allemaal opvolgers. We zijn inmiddels in de 4e of zelfs 5e generatie sindsdien. En iedere leraar is uniek, neemt verantwoordelijkheid en doet het ook weer anders dan diens leraar. Ik ben nooit iemand geweest met een sterke ambitie of bijvoorbeeld een 5-jarenplan.

Mijn ontwikkeling en ook de Zen Spirit sangha is organisch gegroeid. Roshi Joan gaf me het volledige vertrouwen dat ik het op mijn manier zo goed mogelijk zal doen. Dat zal niet op haar manier zijn. Ik doe het al anders dan in Upaya – ik geef geen monastieke training. Ik leef nu een lekenleven, ook al ben ik zenpriester en ook mijn leerlingen zijn op drie na leken en wonen niet in een zenklooster.”

De vrouwelijke lijn

“Zen in Japan is anders dan bij ons. In Japan zijn er nog maar een paar trainingscentra, en het aantal monniken loopt terug. Priester en Sensei zijn heeft daar een andere inhoud dan in het westen. De training is vooral gericht op het worden van tempelpriester: als monnik kan je de tempel van je vader erven. Voorouderverering is heel belangrijk in Japan en deze tempel priesters doen met name memorial services als broodwinning en dus niet zozeer het aanbieden van meditatie of retraites.

Toen ik in 1995 van Genpo Roshi Shukke Tokudo ontving, waarbij ik monnik werd, betekende dat destijds dat je je oude leven achter je liet om een fulltime kloostertraining te gaan volgen. Shukke Tokudo betekent: home leaving ceremony. Dus ik vertrok voor onbepaalde tijd naar Kanzeon Zen Centrum in de Verenigde Staten. Maar die weg is inmiddels niet meer vanzelfsprekend. En de meeste opvolgers van Maezumi Roshi hebben het pad van home leaving verlaten. En gelukkig zijn er toch ook nu nog voldoende zencentra, waar mensen voor kortere of langere tijd een monastieke training kunnen volgen.

Ook zenbeoefenaars die thuis wonen en een lekenleven leiden kunnen tegenwoordig Sensei en/of priester worden en jukai geven aan hun leerlingen. Dat is een aanpassing in het westen die in Japan niet wordt begrepen. Roshi Joan vertelde me over een oudere Japanse vrouwelijke roshi in de Soto traditie, Aoyama Rōshi. Er zijn ook vrouwelijke zenstudenten en nonnen in Japan, maar de ontwikkeling is er nog traag: vrouwen zijn nog steeds niet toegestaan te trainen in Eiheji of Sojiji. In Japan worden westerse boeddhisten toch nog als van een andere en lagere orde gezien. Wij kunnen het nooit zo doen als Japanners en worden nog vaak niet voor vol aangezien. En toch is ook daarin een kentering zichtbaar: zo is Roshi Joan de eerste vrouw die in een mannenbolwerk als Eiheiji twee keer een teisho (dharmalezing) heeft gegeven. Vanwege die teisho wordt zij inmiddels door andere kloosters in Japan uitgenodigd om les te geven. Er komen ook regelmatig Japanse monniken naar het Westen om daar te trainen, bijvoorbeeld in Upaya en Zen River.

In de zentraditie reciteren we de lijn van opvolging van de Boeddha tot nu. Dat is een lijn die in de Chinese traditie is bedacht, met terugwerkende kracht. Bij je voorbereiding voor jukai en ook voor dharmatransmissie schrijf je die lijn volledig uit en voegt de leraar jouw dharmanaam eraan toe, als volgende schakel in deze overdrachtslijn.”

“In de Verenigde Staten is een vrouwenlijn gemaakt, met namen van vrouwen uit de geschiedenis die de dharma hebben voorgeleefd en doorgegeven, en die niet zijn overgedragen, die vergeten zijn of verzwegen. In onze sangha reciteren we regelmatig ook deze namen. Er wordt gezegd dat Hanyatara, de 27ste opvolger van de Boeddha en leraar van Boddhidharma, een vrouw was. Maar dat weten we niet zeker.

Nu zijn er na 82 generaties mannen drie vrouwen in onze lijn van de White Plum Asangha die elkaar opvolgen: Joan Jiko, Irène Kaigetsu en Annetje Jikai. Dat is voor het eerst en ik ben daar heel blij mee. Voor Roshi Joan en mij is het zo belangrijk dat vrouwen zichtbaarder worden, verantwoordelijkheid nemen en een positie innemen. En daarom was het moment in Eiheiji ook zo bijzonder. Mij was Inka gegeven op een stenen bankje van een eeuwenoud mannenklooster. Ik had Greta transmissie toegezegd op datzelfde stenen bankje in aanwezigheid van Roshi Joan. Wij stonden daar toen even met ons drieën in stilte, met de voorhoofden tegen elkaar: drie generaties vrouwen Being One, één in de boeddhadharma. Dat was heel ontroerend.”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *