Column – Ontwaken is dienen

Column – Ontwaken is dienen

Een verhaal uit ‘Herinneringen aan Harada Tangen roshi – mijn jaren in een Japans zenklooster’ van Ciska Matthes, dat dit jaar bij uitgeverij Asoka verscheen.

De blinde met de naad

Roshisama, de zenmeester, vertelde ons graag het hartverwarmende verhaal van de blinde met de naald.

“In de tijd van de Boeddha was er een blinde monnik die zijn monnikskleed wilde repareren, maar het lukte hem niet de draad door het oog van de naald te krijgen. De Boeddha kwam naar hem toe en deed het voor hem. ‘Wie is het die mij zo helpt?’ vroeg de blinde man dankbaar. Toen de Boeddha zichzelf kenbaar maakte, was de monnik diep ontroerd: ‘U hoeft zoiets toch niet te doen! U bent de Ontwaakte.’ ‘Ontwaakt zijn betekent juist anderen dienen’, zei de Boeddha.”

Roshisama’s stem klonk warm en geroerd als hij dit verhaal met ons deelde. Zo is het, onderstreepte hij. Verlicht zijn betekent juist dienen. Je zult je er niet te goed voor voelen, je gaat niet op een gouden troon zitten. Integendeel, pas wanneer we het ego-zelf afschudden, kunnen we werkelijk beschikbaar zijn voor anderen. Je leven staat dan helemaal in dienst van het grotere geheel, vrij van persoonlijke doelen en verlangens.

Helpen zonder iets te ‘doen’

Op een dag werd een van de westerse vrouwen in de Byakurendo (‘Wittelotuszaal’, de vrouwenvleugel) ziek; laten we haar Martha noemen. Martha had buikkrampen die maar niet over gingen. Uiteindelijk werd ze ‘s avonds laat naar de plaatselijke kliniek gebracht. Roshisama reed mee in de auto van de tempel. Naast de monnik die chauffeurde, kwam er ook nog een Japanse vrouw mee, die voor Martha kon tolken. Roshisama zei niet veel, maar zijn immer opgewekte en vredige gemoed had een kalmerende werking op Martha en iedereen, zelfs op de medewerkers van de kliniek. Daar zat oude meester rustig in zijn zenkleren in de gang en knikte vriendelijk naar het voorbij dribbelende personeel. Zolang er niets te doen of zeggen was, zat roshisama doodstil en deed zazen. Ondertussen ontfermden de dokters zich in de behandelkamer over Martha.

Het was al diep in de nacht toen Martha’s buik eindelijk gekalmeerd was en ze weer naar huis mocht. Toen het gezelschap stilletjes door de tempelpoort stapte en langzaam over het pad naar de entree liep, scheen de volle maan helder over het tempelterrein; de vrede leek onverstoord.

Ze brachten Martha samen tot aan de ingang van de Byakurendo en roshisama maakte geruststellende, zegenende gebaren met zijn handen terwijl hij fluisterde: ‘Daijobu, daijobu; komt goed, komt goed.’ Later vertelde Martha me hoe beschermd en gedragen ze zich de hele avond en nacht had gevoeld door roshisama’s lichte en liefdevolle aanwezigheid. Zo vanzelfsprekend, eenvoudig en uitzonderlijk tegelijk. Hij hielp iedereen zonder iets te ‘doen’ of te verwachten.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *